Waarom de zorg zoals we die kennen niet houdbaar is richting 2040
Diagnose 2040 laat zien waarom de zorg moet veranderen. Dit zijn de belangrijkste inzichten en wat ze betekenen voor organisaties.
De toekomst van de zorg staat steeds vaker ter discussie. Niet omdat er één probleem is, maar omdat meerdere ontwikkelingen tegelijk druk zetten op het systeem. Denk aan vergrijzing, personeelstekorten en een groeiende zorgvraag die sneller stijgt dan de capaciteit aankan. Dit zijn geen losse signalen, maar duidelijke ontwikkelingen in de zorg die steeds meer impact hebben op hoe organisaties moeten werken. Daardoor wordt steeds duidelijker dat de manier waarop we nu werken simpelweg niet houdbaar is.
Tijdens de Zorg & ICT-beurs in de Jaarbeurs Utrecht volgden we een lezing van Philip Idenburg over Diagnose 2040. Wat opviel, is dat het niet ging over tools of systemen, maar over een fundamentele verandering in hoe we naar zorg kijken. Tegelijkertijd werd ook duidelijk: zonder de juiste software in de zorg en digitalisering is die verandering praktisch bijna niet uitvoerbaar.
Inhoudsopgave
- De zorg loopt vast en dat is geen toekomstprobleem
- De echte shift van behandelen naar voorkomen
- Zorg verschuift naar de omgeving van mensen
- Twee richtingen voor de zorg in de toekomst
- De grootste verandering zit in mindset én systemen
- Wat betekent dit voor software en digitalisering in de zorg
- Wat dit concreet betekent voor organisaties in de zorg
- De toekomst van de zorg vraagt om andere keuzes
De zorg loopt vast en dat is geen toekomstprobleem
Een van de eerste dingen die werd benoemd, is dat de problemen niet iets van later zijn, maar nu al zichtbaar. De vraag naar zorg groeit al jaren sneller dan het aanbod, en dat zie je overal terug: langere wachttijden, hogere werkdruk en steeds meer druk op personeel. Vergrijzing speelt daarin een grote rol, maar ook leefstijlziektes zorgen ervoor dat de zorgvraag structureel blijft stijgen.
Wat het extra lastig maakt, is dat het huidige systeem vooral gericht is op behandelen. Pas wanneer iemand ziek is, komt de zorg in actie. Dat betekent dat je continu bezig bent met oplossen in plaats van voorkomen, terwijl de vraag blijft groeien. Zonder andere manier van werken én betere ondersteuning vanuit systemen wordt dit alleen maar lastiger schaalbaar.
De echte shift van behandelen naar voorkomen
De kern van Diagnose 2040 zit in een duidelijke verschuiving: van zorg repareren naar gezondheid versterken. Dat betekent dat de focus veel eerder moet liggen, nog voordat iemand klachten heeft. Preventie wordt daarmee een structureel onderdeel van het systeem, in plaats van iets wat ernaast gebeurt.
Maar daar zit meteen de uitdaging. Want voorkomen betekent dat je eerder moet weten wat er speelt. Je moet gedrag kunnen volgen, risico’s kunnen herkennen en op tijd kunnen ingrijpen. En dat is precies waar technologie en zorg-software een cruciale rol krijgen.
Zonder data geen preventie
Preventie klinkt logisch, maar zonder data en inzicht blijft het vooral een idee. Als je eerder wilt ingrijpen, moet je ook eerder signalen kunnen zien. Dat vraagt om systemen die niet alleen registreren, maar analyseren en voorspellen.
→ Juist hier zie je de rol van software veranderen. Van vastleggen wat er gebeurd is, naar inzicht geven in wat er gaat gebeuren. Dat is een fundamenteel verschil.
Zorg verschuift naar de omgeving van mensen
Een ander belangrijk inzicht uit de lezing is dat zorg zich steeds minder binnen instellingen afspeelt. In plaats daarvan verschuift het naar de omgeving van mensen zelf: thuis, in de wijk en via lokale netwerken. Dat maakt zorg persoonlijker en dichter bij het dagelijks leven, maar zorgt er ook voor dat het minder centraal georganiseerd is dan voorheen. Waar je vroeger veel controle had binnen één organisatie, ontstaat nu een situatie waarin meerdere partijen samen verantwoordelijk zijn voor één zorgtraject.
Voor organisaties betekent dit dat ze niet meer alles zelf in de hand hebben. Je bent afhankelijk van samenwerking, van informatie-uitwisseling en van systemen die met elkaar moeten kunnen communiceren. En precies daar ontstaat vaak frictie: processen sluiten niet goed op elkaar aan, data zit versnipperd en overzicht ontbreekt. Daardoor wordt iets wat in theorie efficiënter moet zijn, in de praktijk juist complexer.
Software moet die samenwerking mogelijk maken
Om dit goed te laten werken, moeten systemen meebewegen met die realiteit. Veel software voor zorginstellingen is nog ingericht op één organisatie en één proces, terwijl de praktijk steeds meer draait om ketens en netwerken. Dat betekent dat software in de zorg niet alleen intern moet ondersteunen, maar juist moet verbinden en inzicht moet geven over verschillende partijen heen.
Denk aan systemen die data kunnen delen tussen organisaties, processen op elkaar afstemmen en realtime inzicht geven in wat er gebeurt. Zonder dat soort oplossingen blijft samenwerking afhankelijk van losse acties en handmatig werk. En dat is precies waar het in de praktijk vaak misgaat.
Twee richtingen voor de zorg in de toekomst
Tijdens de lezing werden twee duidelijke richtingen geschetst voor de zorg in de toekomst. Geen exacte voorspellingen, maar scenario’s die laten zien wat er kan gebeuren afhankelijk van de keuzes die nu worden gemaakt. Dat maakt het concreet, omdat het laat zien dat de uitkomst niet vaststaat, maar beïnvloedbaar is.
In een positief scenario verschuift de focus naar gezondheid en preventie, waardoor mensen gezonder leven en de druk op de zorg afneemt. Samenwerking wordt de norm en technologie helpt om processen slimmer in te richten. Dit sluit aan bij bredere trends in de zorg, waarin data en samenwerking centraal staan.
Wat er gebeurt als systemen achterblijven
In het andere scenario verandert er weinig en blijft het huidige model grotendeels intact. De vraag naar zorg blijft stijgen, terwijl capaciteit achterblijft, en systemen blijven ingericht op een manier die niet meer past bij de praktijk. Daardoor wordt het steeds moeilijker om overzicht te houden, en neemt de druk op zowel mensen als processen verder toe.
Software speelt daarin een sleutelrol, omdat het de schakel is tussen data, processen en mensen. Denk bijvoorbeeld aan systemen zoals een zorg ERP (Enterprise Resource Planning), die processen, data en samenwerking kunnen samenbrengen binnen één omgeving.
De grootste verandering zit in mindset én systemen
De lezing maakte duidelijk dat de grootste verandering begint bij hoe we naar zorg kijken. Zolang zorg wordt gezien als kostenpost, blijft de focus liggen op besparen en controleren. Dat zorgt ervoor dat organisaties blijven optimaliseren binnen het bestaande model, in plaats van dat ze kijken naar hoe het anders kan.
Maar die verandering stopt niet bij mindset. Want een andere manier van denken werkt alleen als je die ook kunt vertalen naar hoe je werkt. En dat betekent dat systemen en processen moeten meebewegen, anders blijf je vastzitten in oude patronen.
Van registreren naar sturen
Daar zit een belangrijk verschil. Veel systemen zijn nu ingericht op registreren en verantwoorden: wat is er gebeurd, wie heeft wat gedaan, hoe leggen we dat vast. In de toekomst verschuift dat naar sturen en voorspellen: wat gaat er gebeuren, waar moeten we op inspelen en hoe kunnen we eerder ingrijpen.
→ Dat vraagt om andere software, andere data en vaak ook een andere inrichting van processen. Niet alleen efficiënter, maar ook slimmer en meer vooruitkijkend.
Wat betekent dit voor software en digitalisering in de zorg
Als je alles bij elkaar optelt, wordt duidelijk dat digitalisering in de zorg niet alleen draait om efficiëntie. Het gaat er steeds meer om dat systemen helpen om complexiteit beheersbaar te maken en om beter samen te werken in een omgeving die steeds minder centraal georganiseerd is.
Software speelt daarin een sleutelrol, omdat het de schakel is tussen data, processen en mensen. Zonder goede systemen wordt het lastig om inzicht te houden, laat staan om vooruit te kijken of samen te werken over organisatiegrenzen heen.
Software als enabler van verandering
Software wordt daarmee geen ondersteunend middel meer, maar een enabler van verandering. Het maakt het mogelijk om preventie toe te passen, samenwerking te verbeteren en beter gebruik te maken van data. Zonder die basis blijft de verandering die in Diagnose 2040 wordt beschreven vooral theoretisch.
Wat dit concreet betekent voor organisaties in de zorg
De inzichten uit Diagnose 2040 zijn groot en soms abstract, maar hebben wel directe impact op hoe organisaties werken. Veel systemen en processen zijn nog ingericht op een model dat vooral gericht is op controle en registratie. Dat werkt zolang je binnen dat model blijft, maar sluit steeds minder goed aan op waar de zorg naartoe beweegt.
In de praktijk betekent dit dat organisaties anders moeten gaan kijken naar hun softwarekeuzes, en dus ook bewuster moeten vergelijken welke oplossingen echt passen bij deze nieuwe manier van werken.
Wat je concreet gaat merken
In de praktijk zie je dit terug in een aantal duidelijke verschuivingen:
- Minder focus op registratie achteraf, meer op realtime inzicht
- Systemen die samenwerking ondersteunen in plaats van silo’s versterken
- Meer gebruik van data om gedrag en risico’s te voorspellen
- Software die aansluit op processen buiten de organisatie
De toekomst van de zorg vraagt om andere keuzes
Wat deze lezing sterk maakte, is dat het geen vast toekomstbeeld gaf, maar een keuze neerlegde. De toekomst van de zorg ligt niet vast, maar wordt bepaald door wat er vandaag gebeurt en welke richting organisaties kiezen.
Blijven we doorgaan zoals nu, of gaan we echt anders kijken naar gezondheid en zorg? En misschien nog belangrijker: zorgen we dat onze systemen daarin meegaan, of blijven die hangen in het verleden?